Vogel- en plantenwerkgroep ...

Zondag 29 januari 2017 Nevengeul bij Brakel

Met acht personen beginnen we aan de vogelinventarisatie van de nevengeul bij de batterij van Brakel. Ton van Balken, Cassandra van Altena, Rien Melis, Dirk Muller, Harry Kolman, Tom Bosch, Beppy Schothorst en Mieke Tromp Meesters. Iedereen was ruim op tijd bij de startplek – alleen Beppie, die het dichtst bij woont, kwam als laatste aan – toch nog voor tien uur.

Het was ijzig koud bovenop de dijk en de ontdooide blubber lag in de weilanden op onze gevoerde laarzen (hier en daar bergschoenen) te wachten. De belofte om een pijlstaarteend te zien maakt veel goed. En die kwam gelukkig al vrij snel in beeld: het pijlstaarteend paartje was prachtig te zien door de telescoop die Cassandra voor ons allemaal meesjouwde. Daarnaast waren er flink wat bergeenden te zien, een enkele aalscholver, de nodige grauwe ganzen, en grote hoeveelheden wilde eend. Terwijl iedereen door kijkers naar de watervogels tuurde, zei Harry: “Kijk ook eens achter je: daar staat een torenvalk mooi te bidden.” En natuurlijk was dat ook zo. Verderop beende een blauwe reiger, die uit de geul was opgevlogen. Tot opluchting van iedereen, maar vooral Dirk – geen laarzen, geen muts, geen handschoenen – gingen we een half uurtje later via de wei naar de Waal, een omtrekkende beweging langs de nevengeul makend. Onderweg deelde Harry wat hopjes uit – geen speculaas van Dirk ditmaal. Tafeleenden en kuifeenden werden gespot, een enkele wulp, zwermen spreeuwen en in de wei verderop een hele groep kievieten. Dit zijn wintergasten; onze kievieten zitten nu lekker zuidelijk.

Al wandelend raapt Tom een groen rupsje op: “Kijk een agaatvlinder”, zegt hij. Bij nadere beschouwing thuis bleek dit toch een andere vlindersoort te zijn: de huismoeder. En verderop een skelet van de wolhandkrab, die hier helemaal niet thuis hoort. Net zomin als de Aziatische korfmossel: een uitheemse soort, die met ballastwater van binnenvaartschepen mogelijk via Rusland bij ons terecht is gekomen. Gelukkig kwamen we later de wat meer algemene, inheemse mschildersMossel tegen. En eentje die Tom thuis ging determineren, want die was erg hoekig.

Aan de andere kant van de geul aangekomen, kregen we op tussen de kribben in de Waal ook hier al snel een verrassing: terwijl we een fuut in de kijker probeerden te krijgen, zei Tom: “En nu ook een paartje brilduiker”. Die waren nét aan komen vliegen en landden op precies dat moment in ons blikveld. Ze werden al snel opgeschrikt door een wandelaar met hond. Op de terugweg vlogen groepen brandganzen over: die maken een soort blaffend geluid, volgens Ton. Cassandra vindt ze in ieder geval blijer klinken dan de grauwe ganzen. Het was een mooie ochtend geworden, met een verwarmend zonnetje. We komen hier in de zomer weer terug: kijken wat er dan voor vogels te spotten vallen! De oogst van vandaag was zeer de moeite waard.

Deze link verwijst naar waarneming.nl waarop de waarnemingen van onze ochtend zijn in te zien