Hoe we vergeten zijn hoe de natuur er vroeger uitzag
In zijn boek Natuuramnesie beschrijft Marc Argeloo de beperkingen van het collectieve geheugen wat betreft de toestand van de natuur. Weinigen hebben nog een levendig beeld van de aanblik van de Bommelerwaard voor de ruilverkavelingen. Vrijwel niemand heeft nog herinneringen aan het landschap van voor de oorlog, laat staan van langer geleden. Iedere generatie heeft een nieuw referentiepunt voor wat veel of weinig vogels, bloemen of insecten zijn.
Vaak worden anekdotisch de insecten aangehaald die zich na een tijdje rijden op de nummerplaat en de voorruit van een auto verzamelden. Mensen die wat ouder zijn herinneren zich nog hoe vele vliegjes van de voorkant van de auto moesten geschrobd bij een schoonmaakbeurt, waar ze misschien als kind bij hielpen. Jongere mensen hebben die herinnering niet. Zij hebben een andere voorstelling van wat een ‘normale’ hoeveelheid insecten is. Veranderingen zijn er natuurlijk niet alleen bij insecten, maar over de hele linie. Doordat de natuur achteruit gaat, wordt de norm sluipenderwijs verlaagd. Dit effect wordt shifting baseline syndrome genoemd.
De lezing behandelt het thema in de context van onze eigen leefomgeving: de Bommelerwaard, het rivierengebied. De kwestie van het gebrekkige natuurhistorische bewustzijn roept de vraag op hoe we verantwoord doelen kunnen stellen voor het landschap en de natuur van de toekomst.
Over het boek NatuuramnesieMarc Argeloo is van jongs af aan geboeid door vogels. Vanaf een jaar of acht werd hij een Natuuramnesie werd daarvan de titel en het boek bleek een eye-opener voor zowel |
|
.jpg)