Zondag 13 maart 2022

Excursie vanaf de parkeerplaats bij Slot Loevestein: rondje over de dijk rond het kasteel

Verslag door M.

Op een stralend-zonnige zondagochtend verzamelen we om 10 uur bij de parkeerplaats van Slot Loevestein. We bleken wel met 3 auto’s voor 3 volwassenen en 1 kind uit Zaltbommel te zijn gekomen; dat kan volgende keer milieuvriendelijker. Met Covid 19 moeten we maar leren leven.

Met de modder viel het ditmaal enorm mee – een heel verschil met de vorige excursie bij Loevestein en met de excursie eind december 2021 bij de Lieskampen. We worden al direct getrakteerd op de lachende roep van de groene specht. Wat later zien we deze ook daadwerkelijk in een bosje scharrelen tussen en op de bomen. In de verte cirkelt een buizerd – op het einde van de wandeling zelfs 3, al roepend naar elkaar, hoog in de lucht. De combinatie van weiland, wat bosschages en de rivier maakt dat we veel verschillende vogelsoorten zouden kunnen gaan zien. En dat is ook meer dan gelukt!

We horen en zien diverse scholeksters; pimpelmeesjes zitten in struikjes langs de weg; spreeuwen laten hun zeer gevarieerde zang horen en in de weilanden zitten veel grauwe ganzen. De meeuwen in de lucht blijken kokmeeuwen te zijn. In de gracht rond het kasteel zien we twee knobbelzwanen baltsen en zelfs meer dan dat… Overal zitten kauwtjes: bij het kasteel, in de weilanden eromheen en in de bomen. Hoog in de boom zitten ook nijlganzen: dan hebben ze goed uitzicht op de omgeving.

De tjif-tjaf laat van zich horen: die zingt zijn naam – erg fijn. Net als de keep: deze wordt eerst door de kenners al gehoord, maar op het laatste stuk krijgen we de vogel allemaal goed te zien: wel 2 tot 3 bij elkaar! In de gracht en in en rond de sloten zitten meerkoeten, kuifeenden en krakeenden. Verderop zien we ook Canadese ganzen en er vliegen wat kolganzen over. De grote zaagbek vloog ook over en liet zich op het eind van de wandeling zien. Een aalscholver volgt vliegend de loop van de Waal en in het riet zit een rietzanger, die overigens niet zong.

Wat zien we nog verder in het water? Smienten, een waterhoentje, enkele wilde eenden. Een bosje rechts naast de grasdijk waar we op lopen zit vol vogels: vinken, een zanglijster, een koperwiek, een houtduif, een grote bonte specht (mannetje) en A.d.M. hoort zowel de matkop (die zich niet laat zien) als de keep (die zich later verderop wel laat zien, zie eerder). M. ziet een muisje scharrelen en snel wegvluchten onder een van de vele gevallen takken; ook rent er een haas op de vlucht voor ons door het bosje. Een boomkruiper laat zijn tune, zijn typerende melodie, horen. En naast het bosje doen D.M. en T.B. een ietwat macabere vondst: een dode bosuil. J. vindt ook restanten van een grauwe gans. Gelukkig zien we vrij veel holenduiven vliegen en rondscharrelen: deze zijn aan het roofdier – een buizerd? – ontsnapt. In sommige bomen zitten vergroeiingen - een soort heksenbezem - veroorzaakt door een mijt. Leuk weetje van T.B. vertelde – welke mijt was dat ook alweer, T.?

In de nieuw-uitgegraven waterpartijen na het bosje zien we naast smienten en heel veel bergeenden ook een flink aantal wintertalingen. De blauwe reiger en de kwikstaart zitten meer in de buurt van het slot, evenals de eenzame jonge knobbelzwaan. Tom heeft intussen zijn blik verruimd: hij ziet in de verte een rode wouw zweven, vlak boven de bomen. Wij zien ‘m ook: prachtig! Hier en daar stapt een ooievaar door het weiland op zoek naar prooi. En de eksters ontbreken ook niet, evenals de zwarte kraai en de koolmezen. De zang van het winterkoninkje was al vrij in het begin goed te horen en het piepkleine parmantige vogeltje liet zich ook zien. Maar de roodborst en de merel hebben we gek genoeg niet gezien. Voor dochter M. was het nogal saai: door al dat getuur door de verrekijkers gingen we maar met een slakkengang vooruit. Gelukkig stonden er hier en daar bankjes en de speculaasjes van D. waren weer een heerlijke traktatie.

Qua roofvogels is ook de torenvalk een aantal keer gespot. In de verte klonk, bijna aan het einde van het rondje rond het kasteel, de schorre roep van de mannetjesfazant. Die telt ook mee.

Omdat we zo lekker op dreef waren qua aantal soorten, besloten we ook nog even bij de kleiputten te kijken. Dat was een groot succes! Een gaai, kramsvogels, een paartje slobeend, de grote zaagbekken die we in het begin hadden zien overvliegen, maar ook: een paartje nonnetje! Daar bleef het echter niet bij: verderop zaten enkele tafeleenden, een fuut en in de verte een grote zilverreiger. En dus uitgebreid de gelegenheid om een aantal kepen te bekijken.

Als kers op de taart vloog er tot slot nog een lepelaar over! Het was een zeer geslaagde excursie met ruim 50 verschillende vogelsoorten en daarnaast al bloeiende kruiden zoals speenkruid, fluitenkruid en madeliefjes.

 

Oudere verslagen van de werkgroep natuurwandelingen (voorheen werkgroep vogels en planten) vind je hier