Om – of iets na…- 10 uur verzamelen we ons bij het begin van de Roerdompweg, die de Hurnse Uiterwaarden induikt en met een scherpe bocht naar links doodloopt op een weiland met een soort recreatieplas. Het gezelschap bestaat uit 10 personen: Dirk, die het allemaal heeft georganiseerd, Arnout en Aukje, Trix en Steven, Jan-Willem, Lot, Harry, Tom en Mieke.
De weergoden zijn ons zeer gunstig gezind; het is weliswaar fris, maar de zon schijnt! En dat is in de rest van januari nog nauwelijks voorgekomen.
Het zoeken en op naam brengen van vogels kan eigenlijk al direct beginnen: in de weilanden links van de Roerdompweg zien we veel verschillende soorten ganzen: kolgans, grauwe gans en helemaal achterin ook een paartje nijlgans. We horen en zien grote hoeveelheden meerkoeten (meer koeten, steeds meer…); er vliegt een zwarte kraai over en Arnout en Mieke (geholpen door de aanwijzingen van Arnout) horen de onvervalste roep van het witgatje. Dat laat zich echter gedurende de hele wandeling niet zien, dus we moeten het met alleen het geluid doen.
De voorhoede is even verderop linksaf geslagen, een bosje met in het midden een plas (De Blommenwaard). Daar zien we een merel, twee zanglijsters, koolmees, pimpelmees, staartmezen – die zitten nooit alleen, maar altijd in groepjes – en Arnout ziet als enige ook nog een goudhaantje! Ook is een heggenmus gespot: we memoreren, dat we die helaas steeds minder in onze tuinen zien. Op de plas zitten Canadese ganzen, kuifeenden en enkele futen. Verderop zijn er zulke indrukwekkende plassen op het pad rond de plas, dat we weer teruglopen naar de Roerdompweg.
In dit mooie moerasgebied, dat tot de Natura 2000 gebieden behoort, zijn nog veel meer watervogels te vinden: een vlucht van vijftien watersnippen vliegt vlak naast ons omhoog. Verderop zit onmiskenbaar de grote zilverreiger: de witte kleur verraadt hem/haar. In de bomen kwetteren wat spreeuwen en een vroege Cetti’s zanger probeert z’n zang uit; later horen we er nog meer, dichterbij de Waal.
Zelfs in de kale bomen kun je prachtig-klinkende dingen zien: de vergroeiingen duiden op wilgenroosjes (dus geen plant, maar een rozetvormige houtachtige vergroeiing) en verderop, in de vorm van een soort mini-druiventrosje van hout: het kapsel veroorzaakt door de wilgebezemgalmijt. Een leuk woord voor galgje.
Dan, in de recreatieplas, zien we pas echt heel veel watervogels: rond de 1100 smienten drijven in de verte op het water! Dichterbij zien we krakeenden, wilde eenden, enkele slobeenden en steeds meer pijlstaarten. Wat een rijkdom! In de bomen rondom de plas zitten enkele eksters en een zeer bewegelijke grote bonte specht. Een vlucht wintertalingen vliegt over: goed te herkennen aan het groene vlak op de vleugels. We lopen verder, een houtduif vliegt langs. We gaan nu richting de Waal, waar we een stukje naar rechts gaan over de modderige dijk.
Dit is een mooi moment voor onze Hopman Harry: hij trakteert ons traditiegetrouw op Haagse Hopjes. Hoe lang deze traditie nog stand kan houden, weten we niet: de productie van de hopjes is definitief gestaakt. Jammer! Nu smaken ze extra lekker.
In het struikgewas naast de Waal zien we groenige vogeltjes scharrelen in en naast een ondiepe plas: het blijken vier tjif-tjafs te zijn. Voor Arnout, die in dit gebied de vogeltellingen doet, best een bijzondere waarneming. Verderop zit een winterkoning te twetteren, met de staart fier omhoog. We zien een gewone vink: het blijven mooie vogeltjes!. Vlak voordat we op het fietspad komen, horen enkelen de holenduif en boven de verharde dijk zweven drie buizerds. Tom spot een stormmeeuw en we zien enkele aalscholvers in de verte. Grote groepen kieviten hebben zich verzameld: komen ze net aan of gaan ze verder trekken?
Dan komt de tweede traktatie tevoorschijn: de speculaasjes met amandelschaafsel van Dirk: heerlijk!
In de weilanden rechts scharrelt een wel heel aparte gans tussen de grauwe ganzen: een Chinese knobbelgans. Arnout kijkt er niet van op: deze exoot zit er al een tijdje. Hij wijst ons op het dassenspoor, dat over de dijk heen loopt. Een duidelijk bewijs, dat er een das in de struiken rechts van het fietspad huizen.
Tijdens onze wandeling zijn we ook al veel tekenen van de aanwezigheid van de bever tegengekomen: vooral veel afgeknaagde stammetjes en takken, maar ook twijgjes, waar methodisch de bast van is afgepeuzeld.
We zien rechts van het fietspad kauwtjes in de weilanden zitten en een groepje kokmeeuwen. In en rond een kale boom zitten acht à tien kramsvogels en enkele koperwieken. Deze wintergasten zoeken elkaars gezelschap regelmatig op, vertelt Tom. Links zien we grote groepen brandganzen en een grote bonte specht, een vrouwtje. Er vliegt een gaai langs en later vliegt er rechts ook een graspieper op. Op de grond in de buurt van de koperwieken scharrelt een roodborstje.
Dan valt de groep een beetje uit elkaar: sommigen willen nu wel graag naar huis en zetten de pas erin. Lekker aan de koffie of een boterhammetje eten. De zon verdwijnt ook regelmatig achter het groeiende pak wolken en dan is het ronduit kil.
De achterhoede spot nog enkele tafeleenden tussen wat kuifeenden: weer een soort voor de steeds groeiende lijst! Mieke wordt enthousiast en streeft nu naar een totaal van 50 verschillende vogelsoorten. Dirk haalt zijn fototoestel tevoorschijn en probeert, steeds dichterbij komend, een mooie foto van de tafeleend te maken.
We zien twee knobbelzwanen, een torenvalk zweeft in de lucht en we horen het gekwetter van de huismussen bij wat schuren aan de overkant van de weg: dan zitten we al op 51 soorten! Als we dan ook nog een merkwaardige variant van de wilde eend zien, met veel te veel wit, dan zouden we zelfs 52 soorten kunnen noteren. De laatste notering is: soepeend.
Het was een prachtige eerste natuurwandeling van dit jaar van de Natuurwandelingenwerkgroep van de Natuurwacht Bommelerwaard. Op naar nog veel meer mooie natuurbelevingen!
.jpg)