Arnout de Mooij, Cassandra van Altena en Mieke Tromp Meesters rijden tijdig op de fiets (goed voor het milieu en de conditie!) vanuit Zaltbommel naar de zandwinningsput, die sinds enige tijd een natuurbestemming heeft gekregen. Natuurmonumenten doet het beheer.
Voordat we aankomen stoppen we even voor de prachtig op paaltjes zittende roodborsttapuit-mannetjes, die uit volle borst hun ietwat krasserige lied zingen. De fietsen worden keurig tegen het toegangshek aan geparkeerd en we kijken en luisteren alvast. De eerste deelnemer staat in het grasveld de omgeving af te speuren. We zien en horen heggenmussen, een Cetti’s zanger en ook in de verte een groene specht. Langzaam voegen de overige deelnemers zich bij ons: de groep groeit aan tot precies 20 personen (en twee honden – uiteraard aangelijnd).
Arnout geeft wat informatie over dit natuurgebied en dan gaan we even een stukje naar het landbouwgebied om de roodborsttapuit te zoeken. We vinden vooral een vrouwtje, dat door een ijverige werker, die met zijn bestelbus langsreed, wordt verjaagd. Later laat zich toch nog een mannetje roodborsttapuit zien – voor degene die geluk heeft om m op tijd in de kijker te krijgen.
De tjiftjaf is ook weer in het land en laat goed van zich horen! Verder zien we de nodige zwarte kraaien, een blauwe reiger statig wegvliegen en veel grauwe ganzen, die samen met enkele nijlganzen verderop in het weiland hun buik vol grazen. Op de 35 meter diepe zandput, nu een meer, zwemmen knobbelzwanen, kuifeenden, een enkele wilde eend en veel, zeer veel meerkoeten. Wat verderop zwemmen wat krakeenden en een aantal paartjes fuut. We wandelen richting de uitkijkhut aan het einde van het weiland en zien in de verte een grote bonte specht in een boom scharrelen, tegen de stam aangeplakt.
Hier en daar zit een houtduif in de boom en de winterkoning laat nadrukkelijk van zich horen. Onze jongste deelnemer Manne ziet een torenvalk overvliegen. Op de achtergrond is een aantal zanglijsters bezig met hun repetitieve zang, een melodieus geluid. We krijgen ze echter niet te zien. We zien wel een verlate wintergast: een eenzame koperwiek, met een mooie koperkleurige vlek aan de zijkant van zijn vleugel en kenmerkende oogstrepen. Dan vliegt er als een blauwe bliksemschicht een ijsvogel laag over het water. Later ziet een enkeling de ijsvogel nog een keer. Halverwege nemen we een moment van rust, waarbij de meegenomen telescopen worden neergezet om de grote zaagbek eens goed te kunnen bekijken. Dit mannetje zit op zijn gemak de veren te poetsen. Op de achtergrond horen we pimpelmeesjes en ook koolmezen zijn in de struiken gesignaleerd, evenals de merel. Er vliegt een vlucht watervogels over: voorop een paartje slobeend, gevolgd door ruim dozijn smienten. In de verte is een aalscholver te zien – maar ook vaak niet te zien: als we de kijker in de aanslag brengen, duikt ie snel onder water. De telescopen worden weer netjes ingepakt en op de rug gehesen door Arnout en Cassandra en we lopen rustig richting de start terug. Onderweg vliegen er nog enkele Grote Canadese ganzen langs en hoog in de lucht cirkelen enkele buizerds.
Onderweg zagen/hoorden we ook nog de waterhoen, de nodige spreeuwen en een enkele vink. De aarzelende zang van de roodborst klonk ook uit de struiken.
De juveniele (mogelijke grote mantel-) meeuw tellen we voor de zekerheid niet mee: jonge, bruingekleurde meeuwen zijn heel lastig op soort te herleiden. Ook de vage duif die op het laatst langs vliegt is te onduidelijk: een holenduif? Of toch een stads- of postduif? Wie zal het zeggen…
We nemen afscheid van elkaar en rijden terug naar huis. Het was een mooie, droge voorjaarsochtend met een prachtige score aan vogelsoorten: 35 stuks!

.jpg)